Start Algemeen Snuffelen Encyclopedie Wegwijs Terug
Open doekjes
Volkspoppenspel

Erotiek en poppenspel
Hanswurst
Hemel, oh Heer, help, ik ben dood!
Lekkernijen
Oud-Hollandse poppenkastscènes
Scènes de Polichinelle

Hemel, oh Heer, help, ik ben dood!

De Dood
'Hemel, oh Heer, help, ik ben dood!' Dit zijn de bange kreten die Mr Punch (de Engelse Jan Klaassen) slaakt wanneer hij voor dood op de speelplank ligt. De dood is een veelvoorkomend thema in het  volkspoppentheater. Rouw en treurnis zijn er echter niet bij. Het lijkt eerder alsof door het opvoeren van de figuur van de Dood de lust in het leven nog eens extra wordt benadrukt.

Illustratie: Fragment uit 'Das Grosses Kasperl-Theater'. Inventarisnummer: 00121.

Pierlala
De Dood kennen we in het Jan Klaassenspel als de langhalzige Dood van Pierlala of nog bespottelijker de 'Dood van Pierlapotlood'. Plotseling verschijnt hij in de poppenkast en op alle vragen schudt hij 'nee'. Als Jan hem uitscheldt voor 'witkwast', 'krijtsnavel' of 'knekelpoot' begint de figuur te groeien en te groeien, tot de macabere kop met de holle oogkassen ver boven Jan uitsteekt, ja zelfs buiten de poppenkast reikt. Als een beeld van het vliedende leven en de nietigheid van de mens tegenover de dood. Jan Klaassen weet de dreiging te keren. Onder het tellen samen met het publiek van 'één, twee, drie' trekt hij de Dood aan zijn hals omlaag. Deze schiet telkens weer een klein eindje omhoog. Uiteindelijk heeft Jan hem in de diepte van de poppenkast weggeduwd. Het is nauwelijks mogelijk met minder woorden en minder gebaren zo'n wereld van vrees, hoop en levensdrang op te roepen. 

Illustratie uit: Kasperltheater. Stamboeknummer: 72.199.

Skelet
De knekeldans van een skelet hoort in het volksmarionettentheater tot de vaste variéténummers, die dikwijls aan het slot van een voorstelling worden gegeven. Het skelet is een trucpop waarvan de ledematen en de kop losraken van het lijf. Als zelfstandige wezens maken ze een dansje op de maat van de muziek. Na een tijdje schieten alle onderdelen van de pop weer op hun plaats terug. Bij het skelet zit in de holte van de ogen vaak een gloeiend licht. Dat maakt de knekeldans tot een echt potje griezelen. In het kleine en charmante papieren theater - met zijn platte figuurtjes - dient 'Magere Hein' zich aan met een zeis over de schouder en een zandloper in de hand. Deze tijdmeter dient als symbool van de eindigheid van ons bestaan.

Pierrot
Pierrot, met zijn witte kostuum en zijn wit geschminkte gezicht, is dikwijls verbonden met de dood of hij heeft de rol van de dood. Niet alleen in Frankrijk - waar deze figuur is ontstaan - maar ook in Nederland. Daar verschijnt hij in het oud-Hollandse marionettenspel als de 'Dood van Pierrot'.

Marche Funèbre
De Marche Funèbre van de componist Charles Gounod (1818-1893) is een wereldberoemd stuk. De hoofdmelodie wordt steevast gezongen in de volkspoppenkast als de kist ter aarde wordt gedragen. Van de dodenmars zijn diverse geïllustreerde muziekalbums uitgekomen. Een publicatie uit de negentiende eeuw met gravures van Paul Destez en Japhet en tekst van George Price en Jean Ker May verhaalt over het leven van de marionet Colombine. Helaas breekt een van haar touwtjes. Zij geeft geen teken van leven meer. Figuren uit de commedia dell'arte, zoals Scapino en Harlekijn, bewijzen haar met tranen in de ogen de laatste eer.

Marche Funèbre. Stamboeknummer: 72.932.


Galgje
Het galgje komt in de volkspoppenkast van heel veel landen voor. Jan Klaassen - of een van zijn Europese neven - heeft iemand vermoord en moet voor zijn misdaad hangen. De beul zet de galg op de speelplank en beveelt Jan zijn hoofd in de strop te steken. Jan doet of hij niet begrijpt hoe het moet en steekt de punt van zijn muts onder, boven en naast de lus, maar niet erin. Ten slotte vraagt hij aan de beul of die het voor wil doen. Deze steekt zijn hoofd in de strop, waarop Jan snel het touw aantrekt en de beul hangt. Soms krijgt een dode tegenstander een mooie begrafenis. In Nederland valt deze eer te beurt aan degeneraal, die door Jan een kopje kleiner is gemaakt. Twee doodgravers meten het lijk op. Ze stoppen het in de kist en slaan met hun houten handjes de Marche Funèbre op het deksel. Vervolgens dragen ze de kist, onder het zingen van 'Zo gaat Japie naar de bliksem toe!', met wild gehobbel weg.

Illustratie: Fragment uit 'Uit het leven van Jan Klaassen'. Inventarisnummer: 00128.

Knuppel
De knuppel is een belangrijk attribuut in het volkspoppenspel. Het hanteren van dit slagwapen varieert van een ritmisch bewerken van het achterhoofd van de tegenstander tot het prikken in zijn buik. Wanneer de vijand is verslagen en slap over de speelplank ligt, laat de overwinnaar zijn knuppel over diens nek rollen. Is de poppenspeler nou wreed? Welnee, het is meer een praktische kwestie. De speler van de straatpoppenkast moet publiek zien te werven uit de voorbijgangers. De stukjes moeten kort en vol actie zijn, anders raakt het mansbakje (centenbakje) niet gevuld. Bovendien moet het geluid in de poppenkast het verkeerslawaai overstemmen. De stok biedt daarvoor uitkomst: de slag van hout tegen hout hóór je. Het doden van een tegenstander is de snelste manier om een scène te beëindigen en een nieuwe te kunnen beginnen.

Pulcinella
De Italiaanse Pulcinella is de stamvader van de Nederlandse Jan Klaassen, de Franse Polichinelle en Mr Punch uit Engeland. Pulcinella heeft ook in tal van andere Europese landen nazaten, die vrijwel allen de hoofdrol spelen in de volkspoppenkast. Hij is tevens een figuur uit de commedia dell'arte, waarin hij de rol van zanni (komische bediende) vervult. Pulcinella draagt een zwart halfmasker waarvan de neus de vorm heeft van een gebogen snavel. Zijn kostuum is wit en bestaat uit een flodderig hemd, een wijde broek en een puntmuts, waarvan de top meestal naar voren valt. In het Napolitaanse handpoppenspel gaat ook Pulcinella de strijd aan met zijn tegenstanders. Als hij per ongeluk iemand vermoordt, wacht hem de galg. Tot grote ergernis van debeul lukt het Pulcinella niet zijn hoofd door de strop te steken. De executeur doet het uiteindelijk voor. Pulcinella trekt snel aan het touw waardoor niet híj maar de beul komt te hangen.

Illustratie uit: Kasperltheater. Stamboeknummer: 72.199.

Jan Klaassen
De hoofdpersoon van de oud-Hollandse volkspoppenkast is Jan Klaassen. Hij is ontstaan in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Hij draagt een bont pak en op het hoofd een rode, naar voren gerichte puntmuts met een kwast of een belletje. Jan is een echte Amsterdamse volksjongen. Hij is niet op zijn mondje gevallen en zit vol humor. Jan Klaassen is getrouwd met Katrijn. Ze zijn 'arm als de mieren'. Om hun zorgen te vergeten, kijken ze met hun grote neus weleens te diep in het glaasje. Hun reukorgaan is dan ook rood van de drank. Als ze elkaar in de openingsscène kussen, stoten ze zich aan elkaars neus. Dat geeft ruzie. Het draait uit op vechten. Daarbij moet Katrijn nog weleens het onderspit delven.

Mr Punch, Polichinelle en Guignol
Mr Punch heeft een enorme bochel en zijn neus en kin groeien naar elkaar toe. Hij is een vrouwenjager en uiterst wreed. Zijn eega is de lelijke Judy, die hij doodt om daarna de verleidster Pretty Polly het hof te maken. Punch vermoordt iedereen die hem in de weg zit: de baby, de agent, de beul, de dokter en anderen. Punch prikt elk lijk aan zijn stok, zwaait er triomfantelijk mee rond om het dan naar beneden in de poppenkast te gooien. En terstond gaat hij de confrontatie aan met een volgende figuur. Punch legt zelf ook bijna het loodje. Levenloos ligt hij op de speelplank en gilt: 'Hemel, oh Heer, help, help, ik ben dood, ik ben vermoord, dokter!' De heelmeester is onverwijld ter plekke en buigt zich over Punch, maar krijgt een trap. De dokter neemt wraak door Punch een heilzaam middel toe te dienen in de vorm van stokslagen. Maar Punch geeft het medicijn terug en de geneesheer delft het onderspit.
Polichinelle is in de zeventiende eeuw ontstaan uit Pulcinella, die door Italiaanse komedianten naar Frankrijk was gebracht. Zijn kostuum is veelkleurig en gracieus. Op zijn hoofd draagt hij een driekantige steek. Hij heeft een naar voren stekende kin, een haakneus, een hoge bochel en een enorme buik. Hij was niet alleen een komische figuur op het toneel - vaak in gezelschap van Arlequin en Pierrot - maar tevens de hoofdfiguur van het Franse volkspoppentheater. In de negentiende eeuw werd Polichinelle in de poppenkast opzijgeschoven door de veel eenvoudigere en kaarsrechte Guignol. In het laatste decennium van de twintigste eeuw zien we de elegante bultenaar evenwel weer terug in de Parijse volkspoppenkast. Zijn geschiedenis is voor menig kunstenaar een inspiratiebron.

The tragical comedy or comical tragedy of Punch and Judy. Stamboeknummer: 72.194.

Tragedy
In 1827 schreef John Payne Collier de tekst op van een Punch en Judy-stuk dat hij zag tijdens een straatoptreden van de Italiaanse puppet-showmanPiccini in Londen. Collier had de bedoeling deze tekst te publiceren. Een jaar later verscheen de eerste gedrukte editie van The tragical comedy or comical tragedy of Punch and Judy. De illustraties werden verzorgd door de karikaturist George Cruikshank. In drie bedrijven ontmoet Mr Punch zijn vrouw Judy, de hond Toby, Scaramouch de hondeneigenaar, de baby, Pretty Polly het mooie meisje, de hoveling, een blinde man, de dokter, een bediende, een officier, de agent, de beul en de duivel. In hun treffen met Punch loopt het met bijna al de genoemde figuren slecht af. Het boekje is vaak herdrukt en kwam ook in het buitenland uit; in een letterlijke vertaling of in een bewerking, en soms met kleine veranderingen in de illustraties. In 1840 verscheen Polichinell. Dramatisches Feen-Mährchen für kleine und große artige Kinder. Het is een zeer vrije Duitse omwerking van het meer dan tien jaar eerder uitgegeven The tragical comedy of comical tragedy of Punch and Judy. In het nawoord zegt de auteur J.P. Lyser dat hij het aandurfde bij de tronies van Cruikshank een sprookje met een moralistische achtergrond te schrijven. 'Hoewel met name voor de jeugd bedoeld, zal het ook volwassenen plezieren. Wie zal zich nu níét met de grapjes van Polichinell vermaken', aldus zijn verklaring. Dit laatste is maar al te waar, getuige het in 1994 uitgekomen stripboek van Dave McKean en tekenaar/vormgever Neil Gaiman. Hieruit blijkt dat ook vandaag de dag nog kunstenaars zich laten bezielen door de curieuze uitgave van meer dan anderhalve eeuw geleden.

Illustratie uit: De poppenkast, beweegbaar prentenboek. Stamboeknummer: 72.193.

Prentenboekjes
Halverwege de negentiende eeuw kon men voor een luttel bedrag in het bezit komen van een beweegbaar prentenboekje De poppenkast, beweegbaar prentenboek en Deans moveable book of the Royal Punch & Judy as played before the queen at Windsor castle & the Crystal palace. Door een lipje onder aan de bladzijde te bewegen, gaan de figuurtjes in het lijsttoneeltje heen en weer. De boekjes verhalen over Jan en Punch die op hun baby's moeten passen. Ze krijgen last van de schreeuwlelijk en gooien het mormel het raam uit. Ze slaan vervolgens hun eega's dood en worden door de diender gevangen gezet. Op de voorgrond roert een explicateur du théâtre de trom. Hij bespeelt een panfluit en een trompet. Met zijn rechterhand wijst hij naar de poppen en haalt met het mansbakje geld op.
De zotte perikelen van Jan Klaassen en zijn Engelse neef Punch met hun vinnige vrouwtjes Katrijn en Judy, zijn onder meer te zien in twee bijna identieke werkjes uit het begin van de vorige eeuw. De rijmpjes in De poppenkast. Jan Klaassen en in Punch and Judy bevatten een dramatisch verlopende bastonnade: ''Verduiveld, Trijn, je slaat me zeer', sprak Jan, en wierp zijn vrouw ter neer. En met den stok zoo zwaar en groot, sloeg hij zijn lieve vrouw toen dood.'
Aan de bovenkant van het poppentoneel zien we in het wapenschild het vaste attribuut van Jan en Punch: de knuppel. Het schild wordt in de Nederlandse uitgave gedragen door leeuwen. Het andere boekje laat rechts de eenhoorn zien, zoals deze in het Engelse wapen voorkomt. Opvallend is het verschil van plaatsing van de zotskolf of marot (narrenstaf) in het wapen.

The left-handed Punch. Stamboeknummer: 73.245.

Artist-book
In 1986 voltooiden de dichter Roy Fisher en de graficus Ronald King een nieuwe versie van het in de negentiende eeuw verschenenThe tragical comedy or comical tragedy of Punch and Judy. Mr Punch en zijn tegenspelers worden nu ten tonele gevoerd in een Artist-book. Onder de titel The left-handed Punch werd het in een gelimiteerde oplage uitgegeven door Kings  Circle Press Publications. Het leven van Punch en zijn kompanen is surrealistisch vormgegeven. Vellen met gezeefdrukte collages gaan vergezeld van sjabloonachtige figuren. Sommigen van deze papieren acteurs zijn beweegbaar; de duivel hanteert een pompschroevendraaier en Mr Punch heeft zijn evenknie op de rechterhand. Het lichaam van de beul is een verticaal geplaatste pen. Op deze wijze wekt hij de suggestie heer en meester te zijn over zijn laatste woorden. Een echt touwtje fungeert als strop.

Omhoog