Start Algemeen Snuffelen Encyclopedie Wegwijs Terug
Open doekjes
Volkspoppenspel

Erotiek en poppenspel
Hanswurst
Hemel, oh Heer, help, ik ben dood!
Lekkernijen
Oud-Hollandse poppenkastscènes
Scènes de Polichinelle

Hanswurst

Bilderbogen
Het Hanswurst-figuurtje boven de menu's op deze website is afkomstig uit zogenoemde Bilderbogen (centsprenten). Ze zijn uitgegeven in 1852 door de firma Braun & Schneider te München. De illustraties - in de vorm van houtsnedes - zijn gemaakt door Carl Reinhardt (1818-1877). In de tweede helft van de vorige eeuw verschenen de 38 kleurprenten in Das wahrhaftige Kasperltheater, een gebonden boekje van 41 pagina's. Het boekje heeft een oblong-formaat (dat wil zeggen met de langste zijde in de breedte) van 16 x 21 cm en is 0,5 cm dik.

Kasper(l). Illustratie uit: Grosses Kasperl Theater, papieren theater (1800=1899).

Kasperl
Hanswurst is een komische figuur uit het Duitse taalgebied. In de achttiende eeuw veranderde zijn naam in Kasperl. De beide namen zijn een begrip in het volkspoppentheater en worden in de literatuur nogal eens door elkaar gehaald. Hanswurst had een domme kop. Zo zijn ook Kasperl en Jan Klaassen afgebeeld op de hier besproken uitgaven.

Centsprenten
In 1924 verscheen bij Rifola Verlag te Wenen Das Kasperlbuch. Deze uitgave heeft dezelfde tekst als het werkje uit de negentiende eeuw. De afbeeldingen zijn echter kleiner en in zwart-wit afgedrukt. Het formaat is 11 x 16 cm en het boekje is 0,5 cm dik. De 'Münchener platen' (Bilderbogen) zijn in het Nederlands uitgekomen onder de naam De poppenkast als centsprenten, een benaming voor een volks- of kinderprent die is genoemd naar de prijs die men ervoor moest betalen. Het formaat van de platen is 35 x 45 cm. Op elke prent is een poppenspelscène afgebeeld met onderschriften in dialoogvorm.

Jan Klaassen-kwartetspel
In het midden van de twintigste eeuw zag een Jan Klaassen-kwartetspel het licht. Op tien kwartetten zijn de volgende kenmerkende attributen en personen afgebeeld: hond, kist, overste, strop, palet, kroon, kroes, kurkentrekker, doos, sultan en burgemeester. In het spel treden verder op: de beul, de politieagent, Jan Klaassen, een heer, een prinses, een draak, de duivel, een krokodil en mevrouw Klaassen.

Leentjebuur
Het komt wel vaker voor dat tekenaars leentjebuur spelen. De onbekende kunstenaar van het kwartetspel heeft zich zeer zeker laten inspireren door Reinhardt. Ook in de manier van aanspreken zien we een treffende overeenkomst. Katrijn is in het kwartetspel 'Mevrouw Jan Klaassen', in de Duitse tekst is sprake van 'Frau Kasperl'. De scènes op de prenten en het kwartetspel hebben een internationaal karakter. We spreken graag van de oud-Hollandse poppenkast, maar we moeten niet denken dat het repertoire dat hier getoond wordt, van zuiver Nederlandse oorsprong is. Het heeft alleen een Nederlands stempel gekregen. De naam 'Kasperl' werd 'Jan Klaassen' en 'Frau Kasperl' werd 'Trijn' ('Katrijn').

Jan Klaassen-kwartetspel. Inventarisnummer: 1328.

Woordspelingen
Enkele scènes uit de De poppenkast en de twee boekjes laten wij de revue passeren. Wat opvalt, is de grove overdrijving. De Nederlandse tekst is - behoudens woordspelingen - bijna letterlijk hetzelfde als de Duitse. Jan Klaassen is verzot op worst. We kunnen dat ontdekken op de eerste drie plaatjes van het kwartetspel. Deze lekkernij komt eveneens terug in De poppenkast.

Jan Klaassen-kwartetspel. Inventarisnummer: 1328.

De rekruut en de galg
In het eerste stuk, 'Jan Klaassen als rekruut in Turkije', wordt Jan Klaassen als soldaat geworven door de werver. Jan verstaat alles verkeerd. 'Werver' verandert hij in 'tabakskerver', en 'exerceren' in 'trakteren'. In de Duitse tekst wordt 'werben lassen' verstaan als 'färben lassen' en 'Soldaten' als 'Salat'. De sultan heeft trek in 'Christenvleesch'. Het loopt niet goed met hem af. Jan Klaassen neemt de galg met daaraan de veldmaarschalk en doodt daarmee, met een flinke zwaai, de sultan. Een zelfde tafereel zien we in het kwartetspel terug. Kijk maar eens naar de gelijkenis tussen de houding van de galgenman (de beul) en de manier waarop de veldmaarschalk aan de galg hangt.

De poppenkast. Eerste stuk: Jan klaassen als rekruut in Turkije. Inventarisnummer: 127.

Braadwurst en knuppel
In het derde stuk, 'De vrouw van Jan Klaassen en de keukenmeid', probeert Karline Jan een heerlijke braadworst aan te smeren, want ze wil hem overhalen met haar te trouwen. In het vierde stuk, 'Jan Klaassen en de duivel' zegt hij dat hij Hansworst heet. De prachtig in scène gezette actie met het verdwijnkistje is op een welhaast cartoonachtige manier weergegeven in dit stuk. Let eens op de fraaie wijze waarop de groene, ronde doos verspringt! In vereenvoudigde vorm komt dezelfde gebeurtenis voor in het kwartetspel. Op de centsprent is sprake van 'het wandelstokje van Jan Klaassen'. Een eufemisme, als je ziet hoe groot deze (knuppel) is.

De poppenkast. Vierde stuk: Jan Klaassen en de duivel. Inventarisnummer: 123.

Spaarpot
In het zesde en laatste stuk, 'Jan Klaassen en de Dood', zegt Kasperl in de Duitse slottekst: 'So, meine Herren! Jetzt hab' ich mich mit Christen und Türken und Tod und Teufel 'rum geschlagen.' De Nederlandse tekst luidt: 'Zie zoo, Heeren en Dames! Ik heb hier met Christenen en Turken, met joden en met mijn vrouw Trijn... met alles klaargespeeld.' Jan Klaassen wil zich bij ons aanbevelen: 'Als u mijn spel bevallen heeft, zoo neemt er alleen het goede uit, en neemt een voorbeeld aan mij.' Hij verzoekt ons drinkgeld in zijn spaarpot (mansbakje) te werpen. Deze is echter op slot, maar Jan heeft zelf de sleutel!

Kasperltheater. Stamboeknummer: 72.199.

Zelf eens proberen?
Het Jan Klaassen-kwartetspel is in een uitvergroot formaat in het museum aanwezig. Onder het motto 'Zelf eens proberen?' nodigen wij onze bezoekers uit dit spel te gaan spelen. Wellicht wilt u ook buiten het museum kwartetten. Een Poppenspe(e)lkwartetspel - en heel veel meer - is in de museumwinkel verkrijgbaar.

Le Guignol des Champs-Élysées. Stamboeknummer: 70.029.

Logo Poppenspe(e)lmuseum
Tot besluit vertellen wij nog iets over de herkomst van het beeldmerk van ons museum. De twee figuurtjes die zich links en rechts van het woord
Poppenspe(e)lmuseum bevinden, zijn afgeleid van de Franse Polichinelle-figuur. Hij staat verguld (in goud gedrukt) afgebeeld op het rode omslag van het in 1889 uitgegeven boek Le Guignol des Champs-Élysées. Illustrator Ad Swier veranderde Polichinelle - herkenbaar aan zijn opvallende hoed, kin, haakneus, buik en bult - bijna honderd jaar later in de oud-Hollandse Jan Klaassen en gaf hem een zeer forse knuppel in de hand. Tegenover onze vriend treffen we zijn vrouw Katrijn aan. Zij hanteert de mattenklopper.

Logo Poppenspe(e)lmuseum. Illustratie: Ad Swier, 's-Heerenbroek (1984).

Omhoog