Internationaal repertoir
De poppenkastscènes met Jan Klaassen, Katrijn en de baby, met degeneraal, met de agent, met de beul en zijn galg en Jan met de Dood zijn eeuwenoud. Zij behoren tot een internationaal repertoire. Het spel wordt met handpoppen gespeeld. Per land zijn er kleine variaties.

De Dood
Zo is de Dood als 'strekhals' typisch Nederlands. Hij wordt de Dood van Pierlala genoemd. Stil verrijst hij naast Jan Klaassen in de poppenkast. Deze scheldt hem uit voor 'krijtsnavel'. De hals van de Dood wordt steeds langer. Uiteindelijk steekt zijn kop zelfs boven de poppenkast uit. Maar Jan weet de Dood omlaag te trekken. Pierlala is een stokpop en dus uitermate geschikt voor het spelletje van rijzen en dalen.

Hoofdfiguren
Jan Klaassen, de hoofdfiguur van de Nederlandse volkspoppenkast, is vermoedelijk in de tweede helft van de zeventiende eeuw ontstaan. Hij vertoont verwantschap met de Franse Polichinelle, Mr Punch uit Engeland en de Duitse Kasperl. De stamvader van deze onverbeterlijke potsenmakers is de Italiaanse Pulcinella.

Attributen in het volkspoppentheater
In de volkspoppenkast worden vaste attributen gehanteerd, zoals de knuppel en het galgje. Op het kleine toneeltje van de poppenkast zijn de meeste attributen veel te groot in verhouding tot de poppen, maar sommige echter juist veel te klein, zoals het galgje. Dit draagt sterk bij aan het slapstickkarakter van het spel. Het hanteren van de knuppel varieert van een ritmisch bewerken van het achterhoofd van de tegenstander tot het prikken in diens buik. Als de vijand is verslagen en slap over de speelplank ligt, laat de overwinnaar zijn knuppel over diens nek rollen. Is de poppenspeler nou wreed? Welnee, het is meer een praktische kwestie. De speler van de straatpoppenkast moet publiek zien te werven uit de voorbijgangers; de stukjes moeten dus kort en vol actie zijn. Soortgelijke voorstellingen worden ook vandaag de dag nog gegeven in het Europese volkspoppentheater.

Negen panelen en een poster
De hier getoonde panelen zijn geschilderd door Hetty Paërl. Afgebeeld zijn vier scènes uit het oud-Hollandse Jan Klaassenspel. Inspiratiebron waren de voorstellingen en poppen van Wim Kerkhove. Hij was van 1981 tot 2000 poppenspeler van de Dam. Negen panelen hebben gezeten in de ramen van zijn theater Pantijn in de St. Pieterspoortsteeg te Amsterdam. Bij opheffing van dit theater zijn ze naar het Poppenspe(e)lmuseum gegaan. Otto van der Mieden - directeur van dit museum - gaf vervolgens de opdracht de serie aan te vullen met drie panelen van de galgscène. De negen afbeeldingen zijn als reproductie op een poster verkrijgbaar in de Poppenspe(e)lmuseumwinkel.
