Trek maar aan het touwtje
Een trekpop is een platte speelgoedpop met scharnierende ledematen die gaan bewegen als men aan een touwtje trekt dat onder aan het lijfje hangt. De beweging is tamelijk stuurloos en eenvormig; de armen en benen bewegen alleen zijwaarts en tegelijk. In het oude Egypte speelden kinderen met een variant van de trekpop. Zo kenden ze een mechanische figuur die een slavin voorstelde die - gebukt over een verhoging - met een steen tussen de handen koren aan het 'malen' was. Door aan een touwtje te trekken dat op heuphoogte bevestigd was, ging het bovenlijf van het poppetje naar voren en naar achteren.

Plak- en knipwerk
Het spelen met trekpoppen was vooral in de negentiende eeuw bij kinderen zeer in zwang. De pop kon van hout of stof zijn, maar bekender zijn de uitvoeringen van papier, gemaakt via kopergravure of lithografie en meestal vooraf ingekleurd; machinaal of handmatig via kartonnen sjablonen. De onderdelen van de trekpop(pen) waren op vellen afgebeeld: hoofd, armen, (boven- en onder)benen en torso. Na het plak- en knipwerk, het eventueel inkleuren van de lichaamsdelen, de kleding en het in elkaar zetten kon het vermaak beginnen. Sommige trekpoppenprenten zagen er extra fraai uit. Ze waren daardoor ook duurder; de afgebeelde figuren droegen goudkleurige kleding. Deze goudkleur werd verkregen door het opbrengen van goudbrons, een mengsel van tin en zwavel of een poeder van koperlegeringen vermengd met Arabische gom.

Hampelmann en jumping jack
Bekende, vooral Franse uitgeverijen van de zogenoemde pantins (trekpoppen) waren Imageries Réunies de Jarville-Nancy en Imagerie Pellerin d'Épinal. In Duitsland werden prenten met Hampelmänner uitgegeven door de bekende papieren-theatervellen-uitgeverij J.F. Schreiber te Eszlingen. Op de Duitse prenten zien we vaak afbeeldingen van Ziehfiguren (trekpopfiguren) die ook voorkomen in het Kasperltheater. Kasperl is de komische figuur uit het Duitse volkspoppentheater. Hij draagt een puntmuts en is een nazaat van de Napolitaan Pulcinella, maar diens bult en dikke buik heeft hij verloren. Ook hij zit, net als zijn Franse neef Polichinelle en zijn voorvader Pulcinella, vol grappen en is altijd vrolijk. De Engelse benaming voor trekpop is jumping jack.

Pantin en paljas
Naast het op de trekpoppenvellen veelvoorkomende Franse woord pantin komt men ook wel het woord paillasse tegen. Dat is, net als het Nederlandse woord paljas (potsenmaker), afgeleid van de naam van een komisch personage uit de oude Italiaanse komedie: Pagliaccio. Potsenmakers zijn grappenmakers die in vroeger eeuwen, opvallend en dwaas gekleed, door middel van grappen en grollen publiek trokken voor de kwakzalver op de kermis. Op negentiende-eeuwse prenten met trekpoppen zien we vaak zo'n paljas-achtige figuur afgebeeld, bijvoorbeeld de uit de commedia dell'arte afkomstige Pierrot, Arlecchino en Colombina. De commedia dell'arte is een vorm van volkstheater die bestaat uit kluchten, dans, mime, acrobatische toeren en muziek. Deze theatervorm ontstond in de zestiende eeuw in Italië en verspreidde zich over grote delen van Europa. De kernfiguren zijn twee grijsaards, Pantalone en il Dottore, en enkele komische bedienden oftewel zanni, waaronder Scapino en Pulcinella. Voor deze rollen dragen de acteurs een halfmasker.

Polichinelle en Pierrot
De figuren uit de commedia dell'arte hebben tevens een vaste plaats in het volkspoppentheater gekregen, met name Pulcinella, Arlecchino, Pedrolino en het lieftallige dienstmeisje Colombina. Op veel Franse pantinprenten is Polichinelle afgebeeld (samen met zijn echtgenote Mme Polichinelle). Deze figuur is in de zeventiende eeuw ontstaan uit Pulcinella. Polichinelles kostuum is veelkleurig en Frans elegant. Zijn hoofd is getooid met een driekantige steek. Hij heeft een naar voren stekende kin en een haakneus, een hoge bult en een enorme buik. Polichinelle was niet alleen een komische figuur op het toneel (vaak in gezelschap van Arlequin en Pierrot), maar hij was ook de hoofdfiguur van het Franse poppentheater. In de negentiende eeuw werd hij in de poppenkast opzijgeschoven door de veel eenvoudigere Guignol. De clownsfiguur Pierrot is ontstaan uit Pedrolino. Zijn gezicht is wit geschminkt. Hij draagt een los wit hemd met drie pompoenen. Behalve op het toneel kreeg Pierrot ook een vaste plaats in het poppentheater.

Spotprent
Ook vandaag de dag nog is de trekpop - door de wijze waarop deze bewogen wordt - een tot de verbeelding sprekende figuur. Dat bewijst de door Pipilotti Rist in 2000 gemaakte trekpop 'l'honneur de Pipi Rougit' (eerbewijs aan een blozende Pipi) en de in maart 2002 door Paul Kusters gemaakte spotprent van Henk Westbroek, de VARA-dj, zanger, (ex)politicus en mede-oprichter van Leefbaar Utrecht en Leefbaar Nederland.

