Het poppentheaterstuk (Doctor Johannes) Faust is wel het bekendste volkspoppenspel in Midden- en West-Europa. Het was in de achttiende en negentiende eeuw een kasstuk bij uitstek van de rondtrekkende poppentheatergezelschappen. Faust of Faustus is de tovenaar en duivelskunstenaar die zijn ziel aan Mephistopheles de duivel zou hebben verkocht.

Tovenaar
Het personage Faust zou gebaseerd zijn op de Duitse Doctor Johannes (of Georg) Faust (ca. 1480-1540). Voor de volksverbeelding werd hij de tovenaar bij uitnemendheid. Reeds in 1587 verscheen te Frankfurt a.M. het volksboek Historia von Johann Fausten. Nadien verschenen er diverse bewerkingen, onder andere in Engeland. Zo verscheen van de hand van Christopher Marlowe - een tijdgenoot van Shakespeare - het drama The tragical history of Doctor Faustus (1588). Dit toneelstuk van Marlowe zit vol melodramatische, demonische en duistere krachten. Ooggetuigen berichtten dat de toeschouwers na afloop van het stuk hun toevlucht zochten in de kerk. Velen ontwaarden de duivel in hoogsteigen persoon tussen de spelers op het toneel. Het boek werd vooral in het Duitse taalgebied in vele bewerkingen populair. Engelse komedianten brachten het werk van Marlowe namelijk in de zeventiende eeuw naar Duitsland, waar het meer en meer een grappig stuk en ten langen leste een poppenspel werd.

Urfaust
De Duitse toneelschrijver Lessing (1729-1781) ontdekte opnieuw de dramatische kern van de sage en gaf een schets van een drama in zijn zeventiende Literaturbrief. Hij verhaalt hierin dat Faust niet door de duivel zal worden gehaald, maar gered zal worden door zijn drang naar kennis. Ook in de Urfaust, het meesterwerk van Johann Wolfgang von Goethe (Duitse dichter, criticus, toneel- en romanschrijver, die leefde van 1749-1832 en dit werk schreef in 1774-1775), wordt Faust gered, omdat hij, ondanks vele dwalingen, onophoudelijk naar vervolmaking streeft. Goethe's Faust verscheen eerst als fragment, en vervolgens in 1808 als Deel I. Deel II verscheen postuum in 1832. In het Nederlands verscheen een Faust-volksboek in 1592 en een toneelstuk genaamd De hellevaart van dokter Johan Faustus (1731). Andere bekende boekuitgaven zijn die van Simrock (1846) en Paul Brann (1924). Thomas Manns roman Doktor Faustus (1947) is een moderne bewerking. In de muziek zijn de Faust-opera's van Spohr, en Gounod en Berlioz' La damnation de Faust (1859) het bekendst.

Marionetten-Faust
Je kunt eigenlijk niet spreken van 'het' poppenspel Faust. Waarschijnlijk werd reeds in de zestiende eeuw de middeleeuwse legende van Faust in het Duitse taalgebied opgevoerd. De gangbare mening is dat deze vertoningen op de een of andere wijze van invloed zijn geweest op de schepping van Marlowe. Toen zijn werk in de zeventiende eeuw door Engelse komedianten in Duitsland werd vertoond, zou het ook invloed hebben gehad op de Marionetten-Faust.

Volkskunst
Zoveel poppentheater, zoveel lezingen van het Faust-drama. De gebeurtenissen in het verhaal staan vast, maar de poppenspelers improviseerden hun teksten en varieerden daar onophoudelijk mee, al naar gelang hun eigen persoonlijkheid, intelligentie, actuele gebeurtenissen en de luim van het ogenblik. Het was een echte volkskunst, zonder literaire pretentie. Het volkse karakter wordt in het spel uitgedrukt door de aanwezigheid van Kasperl of Hanswurst, de knecht van Dr. Faust. Hij maakt het avontuur van Faust - en zijn frivole perikelen met de hertogin van Parma - mee en is zijn komische tegenbeeld. Door humor, vraatzucht, boerenverstand en slimheid weet hij aan de hel te ontkomen.

Repertoire
Ontelbaar veel poppenspelers hebben Faust heden ten dage nog op hun repertoire staan. Het stuk heeft namelijk een sterke dramatische lading en is, met zijn bezwerings- en betoveringsscčnes, een poppentheaterspel bij uitstek. Het spel werd en wordt gespeeld met alle mogelijke soorten poppen. In Zuid-Duitsland en Bohemen wordt vaak met (stang)marionetten gespeeld, in het Rijnland met stokpoppen en in het noorden van Duitsland veelal met handpoppen. Vele beroemde scčnes weten ook tegenwoordig het publiek nog steeds te boeien: Mefisto die met Faust wegvliegt, de scčne van de Auerhaan en Kasper(l), de strapatsen van de duivel Fitzliputzli in de vlammende hel en het weer op- en afgaan van de duivels bij het horen van perlicka perlacka als Kasperl deze woorden uitspreekt na het lezen van een boek over zwarte kunst in het studeervertrek van Faust.
