Onze Jan Klaassen, een uitgesproken Amsterdams volkstype, heeft een Napolitaan als voorouder: Pulcinella (spreek uit: poeltsjienella). Anders dan Jan - aan wie alles bont is, van de kwast van zijn muts tot de zoom van zijn broek - is Pulcinella helemaal in het zwart-wit. Zwart is het masker, dat de bovenste helft van zijn gezicht bedekt. Hij heeft een neus in de vorm van een gebogen vogelbek. Wit zijn de puntmuts, het wijde hemd en de wijde broek. De laatste draagt Pulcinella alleen op het mensen- en het marionettentoneel, niet in de straatpoppenkast, want daar heeft hij geen benen. Pulcinella heeft iets vogelachtigs. Op het mensentoneel is zijn tred als die van een haantje. In de poppenkast geeft de speler Pulcinella door middel van een pivetta (keelfluitje) een piepstem. Zijn naam is het verkleinwoord van 'pulcino' - 'kuiken'.

Filosofie
Als Jan Klaassen uit Pulcinella is voortgekomen, waar komt Pulcinella dan op zijn beurt vandaan? In het poppentheater van Napels geeft hij in een korte scène zelf het antwoord: Pulcinella heeft een vent gedood. En ook al viel deze hém aan, het blijft een misdrijf. Voor straf moet Pulcinella hangen. Kort voordat de beul met het galgje opkomt, verschijnt er een monnik om hem de biecht af te nemen. De geestelijke begint met: 'Wie heeft je gemaakt?' 'Mijn vader', antwoordt Pulcinella. Geduld hoort bij zijn beroep, dus de monnik probeert 't met een volgende vraag: 'Maar wie heeft je vader gemaakt?' Pulcinella antwoordt: 'De vader van mijn vader natuurlijk.' Zo gaat het een tijdje door. De monnik wordt tureluurs van zo veel domheid. Of is het voorgewende domheid? Hij wil uiteraard van Pulcinella horen dat God hem heeft geschapen. Je kunt erom lachen - en dat is de bedoeling ook - maar met hun twistgesprek begeven Pulcinella en de monnik zich op het terrein van de filosofie.

Mythologie
Pulcinella's herkomst zou je ook langs heel andere wegen kunnen zoeken. Bijvoorbeeld door in de historie te duiken, terug naar de Romeinse tijd. Er werden toen onder de naam Atellaanse Komedie kluchten opgevoerd, waarin vier gemaskerde personages voorkwamen. Eén daarvan was Maccus. Hij had iets van een haan, met zijn piepende stem en snavelige neus. Ongeveer duizend jaar later ontstond in Italië de commedia dell'arte, ook met gemaskerde personages, van wie een de clown Pulcinella is. Deze lijkt zo sterk op Maccus dat men denkt dat Pulcinella een voortzetting is van Maccus.

Oorsprong
Een tweede weg voert ons naar een mythologische wereld. Pulcinella zou geboren zijn uit een ei dat door een kalkoen is uitgebroed. In Campania, de streek waarin Napels ligt, bestaan allerlei volksgebruiken die erop wijzen dat men aan hoenderen in het algemeen, en aan Pulcinella in het bijzonder, magische krachten toekent. De derde weg, die van de legenden, leidt naar Acerra, een oud stadje in de buurt van Napels. Lang geleden zou daar een man geleefd hebben die model stond voor Pulcinella. Over Pulcinella's oorsprong, en tegelijk over zijn wezen, zul je in elk van die richtingen - de filosofische, de historische, de mythologische en de legendarische - een stukje waarheid vinden. 'Pulcinella is niet onder één noemer te brengen', zeggen de wetenschappers.

Kunstobject
In Napels is in 1992 bij 'Colonnese Editore' een bundeltje met oude teksten verschenen (de oudste dateert van 1837). De titel luidt Pulcinella, dodici dissertazioni (twaalf verhandelingen). Een ongewoon en beeldschoon boekje. Het wordt in het Poppenspe(e)lmuseum dan ook gepresenteerd als een kunstobject. Door een uitsnijding in het omslag is, in basreliëf, het hoofd en een deel van de borst van Pulcinella te zien. Het is van beschilderde terracotta. De kunstenaar die het gemaakt heeft, heet Lello Esposito.
Een boek vol legenden
In de twaalf verhandelingen over Pulcinella wordt ook de legende over zijn oorsprong verteld. Of liever: verschillende versies van de legende. De mooiste is het mirakel van de wijnvlek. In de vijftiende eeuw leefde er in Acerra een vrouw. Zij verdiende de kost met het verkopen van gebakken vis. Haar zaak stond bekend als goed en goedkoop. Het was op een zomerdag toen ze, onbedachtzaam, een verkeerde beweging maakte die grote gevolgen zou hebben. De zon stond op zijn hoogst aan de hemel. De lucht was warm en drukkend.
Zwanger
De vrouw moest, terwijl ze vier maanden zwanger was, almaar achter dat hete fornuis staan, boven de frituurpan waarvan de walm haar op de keel sloeg. Ze kreeg er een vreselijke dorst van. Omdat ze niet weg kon van het vuur, vroeg ze aan de buurvrouw of die een flink glas rode wijn voor haar wilde halen. Ze keerde de vis in de pan nog eens om. Wat bleef de buurvrouw toch lang weg. En wat had ze 't warm. Het zweet droop in straaltjes van haar voorhoofd op haar wangen. Onwillekeurig streek ze zich met haar vrije hand door het gezicht.
Wijnvlek
Dát had ze beter kunnen laten. Want als een vrouw tijdens haar zwangerschap een onvervulde wens doet, gaat er iets mis. 'Madonna mia', roept dan ook de buurvrouw, die net te laat komt aanlopen met een vol glas van het niet te versmaden rode vocht. 'Straks wordt je kind geboren met een wijnvlek in het gezicht.' Haar voorspelling komt uit. Vijf maanden later bevalt de visverkoopster van een jongetje dat van voorhoofd tot bovenlip een donkerrode vlek heeft. Precies daar waar de moeder zichzelf over het gezicht had gewreven.

Paolo Cinella
Het kind werd Paolo genoemd en kreeg de achternaam van de vader. Of die nu Cinella luidde of Chinella, Cinelli of Cianelli, daarover lopen de meningen uiteen. Maar het gaat om de klank, zoals uit het verdere verloop van de geschiedenis zal blijken. Paolo groeide op tot een vrolijke jongen. Sommigen zeggen dat hij kleermaker werd. Eén ding is zeker: zijn geestigheid was spreekwoordelijk. Wie het meeste plezier hadden om zijn grappen, waren de soldaten van de Franse koning Karel VIII, die op doortocht naar Napels waren (dat toen nog onder het bewind van Aragón stond).

Polichinelle
De krijgsmannen spraken de naam Paolo Cinella op zijn Frans uit, plakten de voor- en de achternaam aan elkaar en gooiden er voor het ritme nog een i-tje tussen. Uiteindelijk werd het Polichinelle. De naam Polichinelle duikt weer op in het buurland. Daar mag hij de Fransen met zijn fratsen op het toneel en in het poppentheater vermaken. Hoe gaat het nu verder met onze kleermaker? Hij ging met de Franse troepen mee naar Napels om ze onderweg met zijn potsenmakerij wat verstrooiing te bezorgen. Het werd een feestelijke intocht. En de grappenmaker uit Acerra - met zijn wijnvlek in het gezicht, zijn vuilwitte hemd en dito onderbroek, met zijn muts in de vorm van een suikerbrood, zoals de boeren in die streek die droegen - die werd beroemd. De Napolitanen noemden hem Pulcinella. Na zijn dood werd hij het meest geliefde personage van het Napolitaanse toneel.

Zwart of donkerrood
Bij de auteurs van die twaalf verhandelingen zijn er die het zwarte halfmasker helemaal niet in verband brengen met de wijnvlek van de legendarische kostuummaker uit Acerra. Een van hen beziet het nuchter. Hij vraagt zijn lezers: 'Hebt u weleens een stevige en roodverbrande landman op een feestdag gezien? Dan heeft hij zijn baard geschoren en is de huid eronder spierwit. Dan ziet het gezicht er precies zo uit als dat van Pulcinella.' Dat ze het masker tegenwoordig zwart maken, vindt hij dan ook helemaal verkeerd. Het moet donkerrood zijn.
Blos op de kaken
Las u dit open doekje ook met een blos op de kaken? Pulcinella en een reeks van zijn nazaten met grote neuzen, rode neuzen, bolle wangen, roze wangen, grote kinnen en rode kinnen kunt u in het Poppenspe(e)lmuseum in vele variaties bewonderen.

Poppenspe(e)lmuseumwinkel en -bibliotheek
Wellicht wilt u meer te weten komen over clownsfiguren en het poppentheater. In de museumwinkel zijn afbeeldingen, spelletjes en documentatie over de hoofdpersonen en hun vele poppenkastvrienden en -vriendinnen verkrijgbaar. Uitgaven over de volksfiguren en bijvoorbeeld het Italiaanse en Franse poppenspel zijn terug te vinden in de bibliotheek.
