Deze Britse theatermaker, acteur, toneelregisseur, theatertheoreticus en ontwerper van decors en kostuums leefde van 1872 tot 1966. Zijn aandacht ging vooral uit naar ruimte-experimenten waarbij lichteffecten en het (sobere) decor een centrale plek hadden. Hij was een fanatiek verzamelaar van schimmen en marionetten. En hij had een bijzondere - omstreden - visie op theatergebied. In een briefwisseling met McPharlin (Amerikaans poppentheaterhistoricus) theoretiseerde hij: 'Ik kan alleen maar van de primitieve, uitdrukkingsloze poppen houden ... en kan mezelf niet forceren de kunstzinnige te waarderen. Deze artistiekerige figuren gaan namelijk geheel voorbij aan het doel van het wezen van de 'echte' poppen.'

Archetype
Craig roerde hiermee iets zeer essentieels aan. Een volkspoppenspeler gebruikt namelijk vaste, overgeleverde figuren - zogenoemde archetypes - die dus geen individuen voorstellen, maar meer nog menselijke eigenschappen symboliseren, zoals (on)deugd, of zaken zoals de dood, het kwade of goede en het gezag. Volgens Craig was de volkspoppenkastfiguur hiertoe het meest geëigend. Archetypes in het volkspoppenspel zijn een afspiegeling van het maatschappelijke leven. De komische hoofdpersonen, zoals Jan Klaassen, Kasperl, Mr Punch en Guignol, zijn een spreekbuis van het volk. Zij drukken verzet uit, tegen iedereen die of alles wat een bedreiging vormt.

Acteurs als bewegende rekwisieten
Edward Gordon Craig beschouwde zijn theateracteurs van vlees en bloed slechts als een soort bewegende rekwisieten: marionetten. Door middel van poppen probeerde hij zijn acteurs duidelijk te maken hoe zij zich dienden te gedragen en te bewegen en hij legde hun vervolgens op tirannieke wijze zijn wil op. Eigenlijk vond hij dat spelers maar een noodzakelijk kwaad waren - tenzij ze deden wat hij hun opdroeg: hun gezichten met een masker bedekken en de - in zijn tijd zo gebruikelijke - stereotiepe gebaartjes afleren.

Regisseur
Een van Craigs minnaars was de danseres Isadora Duncan (1878-1927), een beoefenaarster van de 'vrije dans'. Dit was een theatervorm die zo authentiek mogelijk echte emoties moest uitdrukken. Zij introduceerde de dans als 'cultus' en bewoog blootvoets, op een veelal kaal toneel. Haar bewegingskunst inspireerde Craig (mogelijk) tot het experimenteren met marionetten. Menselijke bewegingen en gemoedstoestanden bracht hij over op kleine houten ledenpoppen. Elke pop en elke beweging stond voor een bepaald gevoel. Voor sommige scènes en uitdrukkingen had hij daardoor meerdere figuurtjes nodig. Hij combineerde al deze bewegingen vervolgens in een 'staande' marionet die door middel van snaren, koorden en pedalen kon bewegen. Deze snaarpoppen waren geïnspireerd op de figuren van Henri Signoret, die het klassieke drama in overeenstemming trachtte te brengen met een daarbijbehorende techniek.

De kunst van het theater
In 1906 verscheen een van Craigs essays in een Nederlandse vertaling onder de titel De kunst van het theater. Hieruit komen de volgende - enigszins bewerkte - citaten: '... dat acteurs niet vrij zijn naar eigen gevoel en verstand te spelen en te bewegen. Zij moeten eerst de regisseur gehoorzamen. En zo vatten sommige toneelspelers ook de verhouding op waarin ze tot de regisseur staan. Zij hebben het gevoel dat er als het ware aan hun touwtjes getrokken wordt en komen in opstand ... Marionetten zijn de echo van een kunst uit een verstorven beschaving. Maar zoals met alle kunst die in handen van het volk is afgedaald, is het woord marionet een verwijt geworden ...'

Discipline
'Marionetten zijn komieken geworden en apen acteurs van het grotemensentoneel na. Ze komen alleen op om op hun rug te vallen, drinken om gek te doen, te vermaken en zijn verliefd. Hun lichamen hebben hun gratie verloren, ze zijn stijf en staren enkel. Ze trachten niet hun ijzerdraad te verbergen maar zijn trots op hun stijve, houterige bewegingen. Zij hebben vergeten, dat het hetzelfde is met hun kunst als met die van hun meer lichamelijke levende familieleden en dat de hoogste kunst juist het handwerk verbergt ...' 'Een theater waarbij zo veel honderden personen werkzaam zijn, lijkt in veel opzichten op een schip waar de kapitein aan het hoofd staat: waar het aantal strepen op de jas bepaalt of je gelijk hebt. Het minste teken van ongehoorzaamheid van de bemanning kan leiden tot het noodlot - een schipbreuk bijvoorbeeld. Bij de marine heeft men wel wat tegen muiterij bedacht, maar niet in het theater. In het theater gebruikt men geen vuurwapen. De min of meer vrijwillig gekozen discipline moet leiden tot een gewillige en afhankelijke gehoorzaamheid aan de regisseur. De acteurs moeten de waarde van een leider begrijpen, want deze is de sleutel voor het - mede - welslagen van hun optreden en een applaus van het publiek als beloning.'

Bezieling
'Denkt iemand dat decor mij interesseert, kostuums, of dat ik de toneelkapper belangrijker vind dan de toneelspeler, of vice versa. Geen enkel dezer boezemt mij belang in om zichzelf, maar wel als materiaal waarin leven te brengen is door de kunst die misschien in mij is. Hout, lappen, een bel, linnen en verf en alles wat in het theater gebruikt wordt, zijn ook maar oppervlakkige onbelangrijkheden. Dat zijn ze zolang het verstand ze niet gebruikt. En toch kunnen al deze dingen met leven bezield worden. Denkt iemand heus dat ik meer waarde hecht aan toneel, licht, programma's of acteurs dan aan het stuk? Het stuk is het idee, de andere aspecten zijn slechts delen van het idee.'

